WARANDE DER DIEREN . 57 . ' T ) e Vlieghe en Mieren . SUlcke redenen fcijnder gevallen tuffchen Maximianum ende Diocleti * ' num . Want als Maximianus ondcrftont Diocletiano wijstemaken ^ hetbeterwas op zijn boerfch als op zijnhoofich te leven : Too heeft DiocleT1^' nus hetKeyferrijckendeal zijn Macht verlaten , ende op't veldt in een hutte he'1' mec flechte koft ende dranck laten genoegen ; tot den welcken Maximian11 namaels quam ende prees ende roemde hemfelven boven Diocletianum , ° * p dat hy dagelijcx hcerlijck leefde , ende aen de Keyferlijeke tafel wel at eo " c dronck , en dat Diocletianus zijn buyck met grove fpijsvervulde . Daet°P hem Diocletianus antwoorde : hy was met íulcx wel te vreden . Want celJ Î ; oet Ruyter , wort wel uytden Zadel gelicht : Ende koftelijckc braflers» zijn h * e' evennietIcker . Cuspinianub .