SUlcken bedrogh nam Antonius voor met G fi avia ( vviens groote vriendten^ . fchermer Cicero was . ) Want als Antonius Oäavio heymlick na lijf ende trachtede ; foomeendehy , hy kondezijn voornemen niet beterin't werckilel^j1' dan alshy hem vriendelijck tegen Ottavio aenAcide a endez . ijn vriendfchapbege£ ! j ¿ Jsdaeromtothem gegaen , hcefchem vriendlijck aengefproken , endegefeyt . " , t waregroote fchaed , dat Ottavius iulckeenEdel Ridderlijck heldt zijn vriendf " en ware , ende niet lievers zien , dan dat hy hem te vriendt hadde . Maer OòìaQ't' 't bedrogh merckende , floegh hem de vriendíchap it , ende feyde : hy had 2'' vriendfehap niet van noode , maer was met zijn eenige vriendt Cicerone wel te vi^ ' die hem wel gezint hadde , ende oprechtelijck met hem meynde . PlutarcH0' KbK 2 3 EVP , 32 5<S Warande der Dieren . ¿6 . Bock i Lam en Wolf .