Tot God , en de Lezer . D Ejprenekelsvan degeeß , die veel tot Venut - jancien En roulpfheyd legge« aen , als eer de Heydens de'en , Geef liât ick » Heer , die wend van al die fiioode rancken > Op dat ick die > met vrucht , mach tot dijn eer beße'en . Enghy , ü . gunßigh man , die hier mijfchien mocht fmaken Zoo eenighßns wat zoets , ten aenzien van de ßof ; Eid God , dat hy t / erweck' , die ons wat können tnaken , Met 7»eerder konß engeeß , tot zijnergrootcn lof .