van de Werelt . . aoj j4is mager vlìtgen , Happig goed , Die z . uygen atn ein anders bloed : Want Z . OO daer iemand renten heeft , Zoo dat hj ttjk , en we / dig leeft , En dat'er uat te fthaffen is» Die hijgt ve el giften aen den dis ; Wit maer en zit een u - eynig warm , Die trekt tot hem den heelen z . warm , Matr als bet goed is op geteilt , JEn dat My n - Heer niet meet en fmeirt , Dees Quanten z . ijn flax op de been ; Daer tit Mjn - Heer en kjk } alleen . Die vreyd u taf el en u brood , Qic lati u fteek , en in den nood , AEN - SPRAEK . ALs gy vermoeyd zultwezen van uwe lighaeme - lyke oeffeninge , Neerfttge Philotbea , enals gy weg zult ftellcn u flos zyde daer gy een geeftige bloem af weet te maeken , oft als gy de raem ter zyde zult leggen , daer gy met een konftige nael - de het fruyt , oft een vogeltjen naer het leven weet af te malen , ik bid' zoo gy dan hebt een lezend' vlaegje > dat u dan gelieve eens met aendagtigheyd ditte overloopen , en zoogynaerdeze myneonder - " Wyzinge de vriendfchappen wilt gaen overwegen , gy zult bevjnden datter aen't meeftendeel al veel afem zullen ontbreken . Ik zal dan hier met uwen goeden oorlof , O Pbilothca , de vriendfchappendezes tyds çensgelyk als door een hekel trekken , om te bethoqnen hoe veel quaed werk van eygen baetzoe - ^endeliefde dat'er isondçr fchuylende . Ik zeg dat den I - 'pëet den naegel op'thootd heeft getroffen , als hy gezeyd heeft : Valgus amicitw ut ditate calif , , bat den gemeynen man bedenfdaçgs VQor zao vfigi vrieni■■