ſ DERDE BOECK UandeOolter»ſcheen Nootdtlche | | Irÿénhenrete “Esa s ver Teckuften aen wederzpyden van d’ Ooltzee/van Bopmholm en Statün oaltwaert tor Wpborgh toe. I Hoofiſtuck. Van de Pomerſche Kult tullchen Statijn of’t ( Nieuwe Diep en Rijghſ hooft, ; Et Nieuwe diep enColberghen ligghenber»ſchepden ooft a en welt ctwaelk of derthien mplen. II MA r) Yet garvan Colberghen lepitmen tullchen twee Kilten Colbenue. (ge >) okt Hookdenis/ tat voor de Stadt. Binnen in de Kivier NIN V recht tegen over de ltadr lepdt een Put okce Bozne/die alle contrepen daer ontrent Soudt can gheven/van water dat sp »lieden / naochtans ilt water van de riviere verſch als \ Melck/want het is een akwaterken. De Uiulte van Pameren ltreckt ban Colberghen tot Graſòhookt noordoolt ten noorden en zupdwelt ten zup- Den ontrent thien mplen,/ tullchen die bepden lggennoch : ! , § bregaten/te weten Collÿn en Ruwolde. End gat van Colljn lepdt van Colberghen verſchenden noordoolt drie mplen. Colt. van Coſlijn tot Ruwolde is de cours noozdnoordoolt vier mplen. In het gat k; Ruwolde ofte in het Rivierken de Wipper ghenaemt / mach weleen tamelÿck Kumolde. M | | i Win. Pet ig van Áuwolde tot Garl»hookt nootdnoordoolt drie mplen. NI pant ſtreckt van Garlhookt tat Kijgplhoofk ooltnoordoolt veerthien ok vik- en/tulſchen bepden liggen De gaten van Stolp,Liba ende Serneviles. te als de (tadt/ die tot de [elve (tadt loopc; alleen voor clepne »ſchepen/Hoe wel dac- ock wel tamelijcke groote laden. : Van Garlhookt tot Reekcolilt al witteſtrandt-ligghen berfchenden ooft Die mp: Becfcol. at eg is EO EE kennelijck alfmen van Bonpolm ba lepdt op cen groote Giviert DE Olle ghenoemt. Van Uybatot Herneville Uyba. t: Sernelle zijn vier mplen/ tuſCchen bepden liggen de dzie Wolſacken/ het welcke Seneffe I | rer varte Gobbelkens van boomen zijns bp De welcke Dit lanDt (eer wel te kennen ig (en eoalten dele dzie heuvelkens lepdt eenen langhenbergh-/die allmen upten we- | te tomt aen het weltennde in drie o t bier heubelkens hem verdepit toont. Dijf of Ce beoolten de Wolſacken volght dat hooghe landt van Kijghlhooft / dat is ) op de water-Kandt. Tullchen Hügh>hookc ende Ueefcol ilk al een witte att/en 't landc meelt met boamenbewallen. R Dernelte ofte Hernevilke is een ltedeken ligghende op eenafwaterken dat meteen Swen. | I erken in Zeeloopt / maer binnen verdeplt het hem in eengroot water. Hec is an Senelle tot Aijghlbooft Dziemplen. u s o Riüÿghſchooftmachmen om looden op vijkcthien ende twintigh vadem : men mach t pek onder Gijghſhookt wel ſetten/daeris berer grondt als onder Heel. Alde Pom: e ltrandtis langhs de Zeekandt boven mec boomen alfwart belet. an De diepten ende gronden ontrent deſe Landen. T Vſſchen Bomholmende Uulte van Pomeren int vaerwater tuftchen bepden ailimen Bornholm lien mach ilt Diep ſesentwintigh vadem/mger loo verre om ups dateien de Pamerkthe kulte NUDE ilt diep eben en act en echt beaten Garfooft lept Het gat vander Stolp/dat is een Hivier/ alloo ge. Derſtoly. | | |