Full text: Toonneel Des Menschelyken Levens. Of de Vernieuwde Gulden Winkel; Waar in Door Poetische, Historische, Morale, en Schriftuurlijke leeringen, den mensche vertoont werd, hoedanigh hy zijn leven, handel, en wandel, zediglijk, eerbaarlijk en vermakelijk zal overbrengen. Door J. v. Vondelen. Alles in aangename Maat-Dichten, met Verklaringen in prose gesteld, en met Konst-platen, en Beeldenissen verciert.

des ( JMenfchelyken levens . 
69 
í T T Uys van Diogenes was een opftaande tonne , ( ne 1 X Hy fchuilde in haare fchaauw voor 't fteken van de zon - Hy had geen aand'rehut , noch and're tente op d'eerd , Dit vliênde leven docht hem luttel moeyten weerd . Zyn tafel was het gras , op cen byzond're wyze Hield hy zijn middag - maal , met ongekookte ípyze r En d'aas - zak , zijnfchappray , hy altydsbyzich droeg j . Nature meenden hy heeft lichtelijk genoeg : 
De wynen die hy dronk , was 't water , daar hy zeker Geen Aconit in vond , zyn hand was zynen beker : H y hadde geenen fchat , of droeg hy om 't gemak Een tefch , zoo was \ zyn hert dat vol genoegen ilak . Waarom de Macedoon , de treftelijkfte Koning , 
Hem eens befoeken ging , en vond hem in zyn woning ; Diogenes lag ftil , en trok 't zieh weynig an Of hy een Koning zag , of eenen Akkerman : 
Dit docht den Prinçe vremt , dies , om zyn zeldzaam leven , Zeyde : eyflchet wat gy wild , ik zweere ik zal 't u geven . De Wyf - geer nauwliks fprak , ey ! Alexander vrund , Gy neemt my 't zonne - licht dat gy niet geven kund . s , Dus is hy waarlijk ryk , die zieh in niets bedroevet , „ Die in als is te vreên , en weynig nooddrufts hoevet . 
veld uwbegeerlijkheydniet kan vervullen ? Waar over Alexander verfiomdejn - gedacbtig zynde defpreuke Apuleij daar by in zyne Apologiez , eyd : . Verwijtgy m\ dat ik arm ben ? ikbidde leert eerßzelve verflaany dat gy gierig zyt . Hy vermocht dan dat Alexander niet wilde nemen , dat by hem niet kongeven , dat hyhemniet kongeven , dat was hetfonne - fchi / n Daar meegevende tekennen hoehy liever hadinxoberheydzijn leven door te Wengen , als Alexanders / c¿wí - tentebegeeren . Heering oDiogenes ! hebtgynuweynignaa - volgers , menzou om die te zoeken uiv lanteerne wel van noode hebben . Xegelijk eert nu de opgaan - de Son , en wenfeht dat hoogeßaten en ampten met een vozengoud - regen hem gen toegeworpen luorden . Weinige zyn met bet hare te vreden , wy blyvenalle voor 't Meerflaan , en niemand komt daar over . Indien de menfehen zo y ver ig waren ( zeyd een zeker Schryver ) om by Godbooge ampten te bedienen , alszy hier op de - 2 , e wer eld zoeken verheven te zijn , de Godzaligheyd zou in vollen zwanggaan . 
Ziet 
L . 
1 KbK 2evp - . 3z3 
10 11 12 13 u
	        

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.